B E T E K E N I S V O L L E   O N D E R W E R P E N   E N   T H E M A ' S
 
  • betekenisvolle onderwerpen en thema's uit de verschillende leergebieden en de directe belevingssfeer van de kinderen.
    Bijvoorbeeld:
    • mensen en dieren
    • seizoenen en het weer
    • feest
    • verhalen en sprookjes, prentenboeken en gedichtjes
    • televisieprogramma's
    • dagelijkse handelingen en specifieke locaties als winkel, dierentuin, paleis, enz.
  • de onderwerpen van groep 1 en 2 komen weer aan de orde, maar dan op een ander niveau
  • nieuwe onderwerpen/thema 's zijn bijvoorbeeld:
    • beroepen, vervoermiddelen, op vakantie, circus
    • op de foto, spelen met de vertelstoel, telefoneren, gebarentaal
    • spelen vanuit voorwerpen of decor
  • onderwerpen en thema's uit wereldoriëntatie en kunst.
    Bijvoorbeeld:
    • sport, reizen, avonturen, vriendschap, andere landen, andere tijden
    • media: de krant, tv programma's, reclame, journaal, internet
    • kinderliteratuur en kinderpoëzie
    • verschillende theaterstijlen in de eigen en andere culturen (zoals komedie, slapstick, cabaret, opera, poppen- en maskertheater, mime)
  • onderwerpen en thema's uit vorige groepen worden uitgediept.
  • nieuwe onderwerpen zijn bijvoorbeeld:
    • gevoelens en beroemd zijn
    • subcultuur, mode en kleding
    • film en helden van het witte doek
    • theater als kunstvorm en theatervormgeving
    • de geschiedenis van het theater en thema's uit de klassieke oudheid en van Shakespeare
S P E L - E L E M E N T E N

 
  • spel op basis van betekenisvolle eenvoudige situaties, rollen en verhalen met het accent op beweging
  • spelenderwijs kennismaken met:
    • spel-elementen: wie, wat, waar
    • rekening houden met elkaar in spel, aangestuurd door de leerkracht
als groep 1/2 +
  • spel op basis van betekenisvolle eenvoudige situaties en verhalen. Met aandacht voor rolopbouw, beweging, houding, stem en taal
  • bewust hanteren van:
    • spel-elementen: wie, wat, waar
    • begin en einde van een scène
    • samenspel: rekening houden met elkaar in spel
als groep 3/4 +
  • spel op basis van betekenisvolle situaties en verhalen. Met aandacht voor rolopbouw: combinaties van beweging, houding, gebaar, emotie, stem, taal en mimiek
  • bewust hanteren van:
    • spel-elementen: wie, wat, waar, wanneer
    • begin, midden, einde van een scène
    • samenspel: inspelen en reageren op elkaar in spel
als groep 5/6 +
  • spel op basis van theatervoorstellingen. Met aandacht voor: verschillende rollen/ rolopbouw, samenspel, regie en vormgeving met gebruik van kostuums, attributen, decor, licht en geluid
  • bewust hanteren van:
    • spel-elementen: wie, wat, waar, wanneer, waarom
    • hoe (vormgeving)
    • opbouw van een toneelstuk in scènes
    • samenspel (rekening houden met meerdere rollen)
    • regie (reageren op het spel van anderen)
    • spelen voor publiek
S P E L V O R M E N

  als groep 1/2 + als groep 3/4 + als groep 5/6 +