| |
|
Wat doen de kinderen?
- De
kinderen ontdekken dat er verschillende soorten boeken zijn,
bijvoorbeeld door uit te zoeken welke soorten boeken er zijn en wat
kenmerkend
is voor een bepaald genre. Ze ontwerpen voor ieder genre een picto en
sorteren
zo alle boeken uit de klas.
- Uit
het gedrag van de kinderen blijkt dat ze zich oriënteren op boeken
(teksten):
- ze
begrijpen dat tekst en illustraties samen een inhoud overdragen;
- ze
weten dat boeken van voor naar achter worden gelezen, bladzijden van
boven naar
beneden en regels van links naar rechts;
- ze
weten dat teksten een opbouw hebben;
- ze
voorspellen aan de hand van de omslag van een boek de inhoud;
- ze
weten dat je vragen over een boek kunt stellen.
- Uit
de manier waarop de kinderen omgaan met verschillende soorten teksten,
blijkt
dat ze weten dat geschreven taal verschillende functies kan hebben:
- ze
weten wanneer er sprake is van 'lezen';
- ze
weten dat geschreven taal een communicatief doel heeft (ze hebben door
waar
teksten voor kunnen dienen).
- De
kinderen worden zich ervan bewust dat je met verschillende doelen kunt
lezen,
en vinden teksten die bij die doelen passen.
Bijvoorbeeld:
- Ze
gebruiken instructieve teksten/foto's/illustraties om iets te kunnen
bouwen of
maken. Ze gebruiken bijvoorbeeld een (bouw)tekening als voorbeeld voor
constructiewerk.
- Ze
gebruiken boeken en teksten in hun spel in de hoeken (bijv. een
telefoonboek en
kookboek in de huishoek).
- Ze
zoeken op school en thuis allerlei informatie over een bepaald
onderwerp en
leggen die bij elkaar. Ze zoeken de informatie in de vorm van plaatjes,
foto's,
tekeningen in tijdschriften, informatieve boeken en op CD-Roms.
- Uit
hun gedrag blijkt ook dat ze voorgelezen teksten (proberen te)
begrijpen:
- ze
begrijpen de taal van boeken en zijn in staat om conclusies te trekken;
- ze
doen voorspellingen, stellen vragen;
- ze
vertellen voor hen belangrijke informatie uit het boek of uit de tekst
na (met
behulp van eventuele illustraties bij de tekst).
- De kinderen doen activiteiten op het gebied
van taalbewustzijn en letterkennis (taalspelactiviteiten). Zo
verzamelen ze
bijvoorbeeld woorden voor de ABC-muur en maken ze een alfabetboek.
- Ze
zoeken op de computer spelletjes die ze willen
doen of opdrachten, of (beeld- en geluids)informatie.
|
|