D O E L    
 
  • de kinderen ontwikkelen een positieve houding t.a.v. het spreken van Engels
  • consolideren van de spreekvaardigheid en het bevorderen van taalproductie of speech emergence
   

U I T G A N G S P U N T E N    
 
  • geen lessen Engels maar activiteiten in het Engels vanuit de ontwikkelingsfase van de kinderen
  • Engels wordt enkele uren per week aangeboden
  • luisteren en (na)spreken zijn de belangrijkste vaardigheden in deze groepen
  • in de onderbouw wordt Engels bij voorkeur gegeven door een native speaker of een in vvto-Engels gespecialiseerde leerkracht
  • spreken en luisteren zijn (nog steeds) de belangrijkste vaardigheden
    (de kinderen starten in groep 3 met het lezen en schrijven van het Nederlands. Er moet worden voorkomen dat ze de spelling van Nederlandse en Engelse woorden verwarren)
  • de kinderen gaan zich steeds meer vertrouwd voelen bij het spreken van Engels
  • ze reageren spontaan in het Engels zonder stil te staan bij verschillen tussen Nederlands en Engels.
   

M A T E R I A L E N    
 
  • diverse voor kleuters geschikte materialen t.b.v. spreekvaardigheid zoals Engelstalige prentenboeken, video's en Cd's, handpoppen, kijkplaten en andere visuele materialen
  • diverse voor de leeftijdsgroep geschikte materialen t.b.v. spreekvaardigheid zoals Engelstalige prentenboeken, video's, Cd's, etc.
  • er kan een methode gebruikt worden als deze geen tekst bevat voor de kinderen
   
    B I J   C L I L

       

D O E L

  • doorbouwen op spreekvaardigheid uit de vorige leerjaren
  • spreekvaardigheid wordt verder uitgebouwd
  • de woordenschat uitbreiden betreffende een aantal onderwerpen en vakgebieden
U I T G A N G S P U N T E N
  • bij CLIL spreken de kinderen Engels bij bepaalde vakken of lesactiviteiten
  • de kinderen zijn in staat om variatie in spreekvaardigheid aan te brengen
  • ze zijn in staat bij diverse activiteiten in het Engels te communiceren
  • ze leren kernwoorden en zinnen te gebruiken bij de vakken die in het Engels worden aangeboden
  • door de speelse en een aan de situatie aangepaste werkwijze worden alle kinderen gestimuleerd om te laten zien wat ze weten en kunnen zeggen
  • de kinderen spreken Engels in vaklessen of bij onderwerpen die voor CLIL zijn
  • het spreektempo is redelijk hoog
  • de woordenschat is uitgebreid tot woorden behorend bij de specifieke onderwerpen en vakgebieden, afgestemd op de leeftijd en het niveau van de kinderen
M A T E R I A L E N
 
  • lesmateriaal voor bepaalde vakken, aansluitend bij de belevingswereld en het taalniveau van de kinderen
als groep 5/6
    B I J   ( V E R V R O E G D )   E I B O

       

D O E L

  • de kinderen beginnen met het spreken van Engels
  • Engels spreken in alledaagse situaties
U I T G A N G S P U N T E N
  • de kinderen ontwikkelen een positieve houding ten opzichte van het spreken van een vreemde taal
  • de onderwerpen waar zij over spreken, zijn zeer eenvoudig en alledaags
    (bijvoorbeeld: jezelf voorstellen, zeggen/vragen hoe oud je bent, zeggen/vragen of je van een bepaalde kleur houdt of raden welke kleur of dier wordt bedoeld)
  • het gaat voornamelijk om (uit het hoofd geleerde) standaardzinnen en -gesprekjes die in allerlei situaties kunnen worden gebruikt
    (bijvoorbeeld: 'Do you like (icecream)?' 'Is it (red) or (blue)?' 'It's a (giraffe).'
  • door de speelse werkwijze worden alle kinderen gestimuleerd om te laten zien wat ze weten en kunnen zeggen
  • zelfredzaamheid buiten de school in situaties met personen die zich van het Engels bedienen
  • het ontwikkelen van een positieve houding t.a.v. het spreken van Engels
  • het spreektempo is laag.
    (de gesprekspartner is bereid om in een langzamer spreektempo bepaalde zaken te herhalen of opnieuw te formuleren en te helpen bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen.
    De gesprekspartner spant zich extra in om de interactie niet te doen stranden)
  • de grammaticale correctheid en beperkt zich tot een beperkt aantal eenvoudige constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen
    (het maken van fouten door het kind is geen probleem mits de gesprekspartner buiten school gewend is om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond en kan begrijpen wat wordt bedoeld)
  • de kinderen maken zo nodig ook gebruik van non-verbale communicatie
    (bijvoorbeeld: door iets aan te wijzen waarvan ze het Engelse woord nog niet kennen)
  • de woordenschat is beperkt
    (het gaat om een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties)